Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)

De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) stimuleert energiecoöperaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) om samen duurzame energie op te wekken. Met deze subsidie kunnen omwonenden eenvoudiger deelnemen aan lokale energieprojecten, zoals zonne- of windprojecten in hun eigen buurt. Sinds 1 april 2021 vervangt de SCE de vroegere postcoderoosregeling (Regeling Verlaagd Tarief).

In het kort

De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) ondersteunt nieuwe projecten van energiecoöperaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) die samen duurzame elektriciteit willen opwekken. De regeling biedt collectieven financiële zekerheid over hun toekomstige inkomsten. Zo weten coöperaties vooraf dat de opbrengsten uit hun energieproject voldoende zijn voor een rendabele exploitatie van de installatie. De SCE vergoedt een vast bedrag per opgewekte kWh, afgestemd op de werkelijke kosten van de productie-installatie.

Daarnaast bestaat de salderingsregeling voor individuele huishoudens en kleine bedrijven die zelf duurzame stroom opwekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen op eigen dak. Hierbij wordt de teruggeleverde stroom gesaldeerd met het eigen verbruik: de energieleverancier trekt de stroom die aan het net wordt teruggeleverd af van de stroom die is verbruikt, wat resulteert in een lagere energierekening.

Onze inzet

Wij hebben ons sterk gemaakt voor een goede opvolger van de postcoderoosregeling. Dat is gelukt, maar we blijven lobbyen voor budget, betere tarieven en aanvulling/verbetering van de regels.

Als Energie Samen blijven we ons inzetten voor:

  • een regeling met een goede rentabiliteit;
  • voldoende budget en een goed tarief;
  • een simpele regeling, dus zo min mogelijk administratieve rompslomp.

Welke collectieven komen in aanmerking voor de subsidieregeling?

De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) is exclusief bedoeld voor energiecoöperaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Om in aanmerking te komen, moet de coöperatie of VvE ‘productie van hernieuwbare energie’ als een van haar doelstellingen hebben. Alleen projecten die bijdragen aan lokale duurzame energieopwekking komen in aanmerking voor de subsidie.

De coöperatie of VvE vraagt de subsidie aan en is tevens de ontvanger van het subsidiebedrag. Dit is logisch, omdat de coöperatie of VvE de partij is die investeert in de productie-installatie en de inkomsten ontvangt, bijvoorbeeld uit de verkoop van de opgewekte energie.

Dankzij deze opzet heeft de coöperatie of VvE de centrale regie over de financiële stromen van het project. De SCE-regeling stelt geen voorschriften over hoe de subsidie vervolgens aan de leden wordt verdeeld, waardoor coöperaties flexibiliteit hebben om de opbrengsten passend te verdelen binnen hun project.

Wat zijn de voorwaarden?

Om in aanmerking te komen, moeten de deelnemers voldoen aan de volgende criteria:

  1. Wonen binnen het projectgebied: de deelnemers moeten in de buurt wonen, binnen een zogenoemd postcoderoosgebied. Dit is het viercijferige postcodegebied van de projectlocatie plus de direct aangrenzende postcodegebieden.

  2. Kleinverbruikers: deelnemers hebben een aansluiting tot 3 × 80 A.

  3. Particulieren of rechtspersonen: alleen natuurlijke personen of organisaties kunnen deelnemen.

  4. Collectief georganiseerd: deelnemers vormen samen een coöperatie of een Vereniging van Eigenaren (VvE).

  5. Maximaal één lid per adres: elk adres mag slechts één deelnemer leveren aan het project.

  6. Adres in de postcoderoos bij aanvang: deelnemers moeten ten minste op het moment van deelname een adres hebben binnen de postcoderoos van het betreffende project.

  7. Minimaal aantal leden per project: per projectlocatie moet er minimaal één lid per vijf kW geïnstalleerd vermogen zijn.

Veelgestelde vragen

De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) ondersteunt nieuwe projecten van energiecoöperaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) die samen duurzame elektriciteit willen opwekken.

De regeling biedt collectieven financiële zekerheid over hun toekomstige inkomsten. Zo weten coöperaties vooraf dat de opbrengsten uit hun energieproject voldoende zijn voor een rendabele exploitatie van de installatie. De SCE vergoedt een vast bedrag per opgewekte kWh, afgestemd op de werkelijke kosten van de productie-installatie.

De SCE is sinds 1 april 2021 de opvolger van de vroegere Regeling Verlaagd Tarief, beter bekend als de postcoderoosregeling. In de postcoderoosregeling ontvingen leden van een coöperatie of VvE een korting op de energiebelasting als zij binnen de zogeheten postcoderoos woonden.

Daarnaast bestaat de salderingsregeling voor individuele huishoudens en kleine bedrijven die zelf duurzame stroom opwekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen op eigen dak. Hierbij wordt de teruggeleverde stroom gesaldeerd met het eigen verbruik: de energieleverancier trekt de stroom die aan het net wordt teruggeleverd af van de stroom die is verbruikt, wat resulteert in een lagere energierekening.

De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) is een exploitatiesubsidie die via RVO wordt uitgegeven. De regeling is grotendeels vergelijkbaar met de Stimuleringsregeling Duurzame Energie ++ (SDE++), maar is specifiek gericht op energiecoöperaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Met de SCE ontvangen coöperaties gedurende de looptijd van hun energieproject een subsidie per geproduceerde kWh duurzame elektriciteit. Het uitbetaalde bedrag wordt jaarlijks aangepast op basis van de marktwaarde van energie.

Belangrijkste kenmerken van de SCE-subsidie:

  • De subsidie heeft een gegarandeerde looptijd van 15 jaar, waardoor projecten financiële zekerheid krijgen.

  • Het bedrag bestaat uit een vast basisbedrag, vastgelegd voor 15 jaar in de subsidiebeschikking, minus een correctiebedrag dat jaarlijks fluctueert. Hierdoor kan het daadwerkelijke subsidiebedrag per kWh elk jaar verschillen.

  • Berekening: de subsidie wordt per kilowattuur (kWh) vastgesteld, op basis van het vermogen van de productie-installatie en het maximale aantal vollasturen dat voor die categorie geldt. Zowel het vermogen als de vollasturen worden voor de volledige looptijd van 15 jaar in de beschikking vastgelegd.

  • Doel: de subsidie vult het verschil aan tussen de productiekosten van duurzame energie en de opbrengst van de markt. Wanneer de elektriciteitsprijs stijgt, neemt de subsidie automatisch af, omdat de geproduceerde stroom dan meer waard is op de markt. De regeling kijkt niet naar daadwerkelijk gemaakte kosten of inkomsten, waardoor de uitvoeringskosten laag blijven.

Door deze opzet kunnen energiecoöperaties en VvE’s hun projecten financieel rendabel en voorspelbaar exploiteren, terwijl ze tegelijkertijd bijdragen aan de lokale opwek van duurzame energie.

Voor elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, zoals:

  • Zon-PV (zonnepanelen)

  • Wind op land

  • Waterkracht

Voor elke technologie zijn er twee categorieën productie-installaties waarvoor subsidie kan worden aangevraagd:

  1. Kleinverbruikersaansluiting – maximaal 3 × 80 A.

  2. Grootverbruikersaansluiting – meer dan 3 × 80 A.

Dit onderscheid is belangrijk omdat er verschillende regels gelden voor eigen gebruik ‘achter de meter’ bij klein- en grootverbruikersaansluitingen. Het zorgt ervoor dat zowel kleinschalige als grotere projecten correct worden behandeld binnen de regeling.

De volgende categorieën productie-installatie worden onderscheiden:

  1. Zon-PV aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kWp
  2. Zon-PV aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en kleiner dan 500 kWp
  3. Zon-PV aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 500 kWp tot en met 6 MWp (keuze uit gebouwgebonden, grondgebonden, drijvend op water of natuurinclusief) 
  4. Wind op land aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kW
  5. Wind op land aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en kleiner dan 1 MW
  6. Wind op land aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: groter dan 1 MW tot en met 6 MW
  7. Waterkracht aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kW
  8. Waterkracht aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en met 150 kW

Er zijn een aantal veranderingen van de SCE in de ronde van 2025 doorgevoerd ten opzichte van de afgelopen jaren. De belangrijkste staan hieronder op een rij:

 2025202420232022
Openstelling ronde3 maart – 1 oktober2 april – 1 november9 januari  – 1 november1 maart – 1 december
Openstellingsbudget€100 miljoen€100 miljoen€150 miljoen€150 miljoen
Basisbedrag zon kleinverbruik€0,127 kWh€0,124 kWh€0,14 kWh€0,124 kWh

 

Naast deze wijzigingen heeft de minister een aantal nieuwe eisen opgesteld aan de regeling:

  • Binnen de SCE is er één categorieën bij de productie-installaties toegevoegd, waarbij er bij zon-pv op veld ook gekozen kan worden voor natuurinclusief. Hier zijn vier specifieke eisen aan verbonden.
  • Om projecten beter te kunnen financieren, mag een coöperatie een gezamenlijke aanvraag indienen met een zogenaamde project-BV.
  • De subsidielooptijd van projecten met een grootverbruikersaansluiting (aangevraagd vanaf 2024) mag met maximaal twee jaar worden verlengd (banking). Let op: dit mag alleen wanneer er tijdens de subsidieperiode elektriciteitsopwek is misgelopen.
  • Wanneer het niet lukt om de installatie op tijd in gebruik te nemen, dan mag er maximaal twee jaar uitstel gegeven worden. Dit was voorheen één jaar. 
  • Er gelden twee aanvullende voorwaarden wanneer de SCE wordt aangevraagd voor de vervanging van een bestaande windmolen.
  • Bij wind zijn de productie-installaties iets veranderd ten opzichte van 2024.
  • Het ‘opknippen’ van zon-op-land-installaties mag niet meer. Er mag voor één locatie maar één aanvraag per categorie en per aanvraagronde ingediend worden. Een SCE-aanvraag wordt afgewezen wanneer het er op lijkt dat er wel sprake is van ‘opknippen’. 

De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) verschilt op meerdere belangrijke punten van de oude postcoderoosregeling (Regeling Verlaagd Tarief):

1. Ontvanger van de subsidie / voordelen

  • SCE: de subsidie wordt direct uitgekeerd aan de energiecoöperatie of VvE. Het is aan de coöperatie of VvE zelf om de opbrengsten te verdelen onder de leden. Er worden geen verdere eisen gesteld aan deze verdeling.
  • Postcoderoosregeling: de voordelen kwamen rechtstreeks bij de leden terecht in de vorm van belastingvoordeel via de energieleverancier.

2. Basis voor de businesscase

  • SCE: de inkomsten zijn gebaseerd op marktprijzen voor elektriciteit, waardoor de businesscase onafhankelijk is van politieke beslissingen over energiebelasting.

  • Postcoderoosregeling: het rendement hing af van de energiebelasting, die politiek bepaald wordt en kan wijzigen, waardoor de financiële zekerheid voor coöperaties minder stabiel was.

2. Koppeling met stroomverbruik van leden

  • SCE: er is geen koppeling meer tussen het verbruik van individuele leden en de subsidie. Dit betekent minder administratieve rompslomp rond verrekening van energiebelasting en eenvoudiger beheer van het project.

  • Postcoderoosregeling: de subsidie was direct gekoppeld aan het verbruik van deelnemende leden, wat extra administratie en coördinatie met energieleveranciers vereiste.

Samengevat: de SCE maakt collectieve energieprojecten financieel stabieler en overzichtelijker, terwijl de postcoderoosregeling sterk afhankelijk was van energiebelasting en verbruik. Dit verhoogt de voorspelbaarheid voor energiecoöperaties en VvE’s en verlaagt de administratieve lasten.

Er mag geen eerdere subsidie of andere financiële tegemoetkoming door de Rijksoverheid voor de productie-installatie verstrekt zijn. Een subsidie vanuit de provincie of de gemeente is geen probleem.

Indien een project geen Ontwikkellening ontvangt, neemt het fonds de kosten van de intake voor zijn rekening.

Nieuwsberichten over SCE

Menu
Snel naar
Contact

Australiëlaan 5, 3981 CK Utrecht

info@energiesamen.nu